Posterous theme by Cory Watilo

The Business model of Ubiquity

Soms trek ik weleens van leer tegen de goeroe. Vooral als ze  maar niet concreet worden. Zo kwam ik onlangs op een infographic van Brian Solis, en daar kon ik dus niets mee. Maar gisteren werd ik gewezen op een klein stukje theorie van Seth Godin over alomtegenwoordigheid in tegenstelling tot schaarste. Wat hij zegt is eigenlijk heel simpel:

We zijn altijd gewend geweest onze businessmodellen af te stemmen op schaarste. Iedereen wil een film of een boek of een stukje muziek en er zijn maar een paar aanbieders en die verkopen dat voor heel veel geld. Daar worden ze heel rijk van en de artiesten een beetje. Artiesten moeten optreden, want dan hebben ze hun eigen schaarste beter in de hand. Daar staan ze veel dichterbij. Maar goed. Schaarste dus. En tegenwoordig is er helemaal geen schaarste. Althans niet op gebied van films, boeken en muziek. Dat is alomtegenwoordig! In overvloed aanwezig. Het grappige ervan is dat als je abonneermodellen loslaat op deze berg content, dat dat gewoon werkt. Het gaat mensen niet zozeer om het zonodig moeten downloaden van al die muziek (piraterij), maar mensen verwachten simpelweg dat het in overvloed aanwezig en dus beschikbaar is. Als je daar een paar euro voor moet betalen, dan is dat helemaal geen probleem.

http://www.thedominoproject.com/2012/01/ubiquity.html

Kijk, zo wil ik dus wel input van een goeroe. Als je twijfelt? ‘..move toward ubiquity..’ vraag je je af hoe je geld moet verdienen? ‘..ga voor het abonneemodel..’

Hier kunnen wij reclamemakers ook nog wat van leren. Want in de traditionele reclame zijn we gewend alles op dat ene beeld af te stemmen, maar als je naar een geïntegreerde campagne gaat, dan verdampt de waarde en de impact van dat ene beeld. Dan verwachten mensen veel meer. En het is vaak onmogelijk, of op zijn minst moeilijk, om dat allemaal maar binnen concept en budget te krijgen, met behoud van impact. Daar is een nieuw soort creatie voor nodig. Creatie die ook in kwantiteit en groei denkt, maar tegelijkertijd retesnel gaat. Die verder denkt dan de impact van dat ene beeld. Die de ruimte geeft aan de ontvanger van de boodschap. Maar dat betekent dus ook dat het beeld en dus het concept daar geschikt voor moeten zijn. Het krijgt namelijk een heel andere lading en de boodschap wordt op een andere manier overgebracht.

Dat is de praktijk van de hedendaagse reclamemakerij.

Leuk!